skip to main content

Waterschappen

Waterschappen hebben de instrumenten uit SFT2 getest in verschillende praktijkstudies. Die  gingen over de beoordeling van een praktijksituatie, een incident of een vergunningsaanvraag, maar ook over de classificatie van chemische verontreinigingen. De  studies worden hieronder beknopt beschreven.

Praktijkstudie Beoordeling locaties

De chemietool werd getest in 3 praktijkstudies. De waterschappen Rijn-Oost, Rivierenland en de RIWA keken naar de gebruiksvriendelijkheid van de tool, het aantal doorgerekende stoffen en de hoogte van de PAF en msPAF-waarden. In twee gevallen werd het instrument vergeleken met de vorige chemietool, onderdeel van ESFT1.

De nieuwe chemietool bevatte meer dan 90% van de gemeten stoffen. Aan de informatie over de toxiciteit werd een waardeoordeel gegeven, waarin voor msPAF alleen kwaliteit A en B werden meegenomen. In de casestudies bestaat circa de helft van de stoffen uit msPAF. Het verschil tussen ESFT1 en SFT2 bestaat vooral uit de verbeterde toxiciteitsinformatie.

Praktijkstudie Grootschalige data analyses

Meting van de waterkwaliteit kan door chemische verontreinigingen te onderzoeken, of via bioassays gericht op de biologische effecten van vervuiling. De onderstaande data-analyse laat zien welke relaties te leggen zijn tussen de beide methoden.

Praktijkstudie Gewasbeschermingsmiddelen

Om de chemietool te testen en inzicht te krijgen in de toxische druk van de locaties van het LM-GBM zijn de meetresultaten vanuit het LM-GBM uit 2019 en de meetresultaten van het onderzoek naar niet-toetsbare stoffen uit 2020 geanalyseerd met de nieuwe chemietool van de SFT2.

Praktijkstudie Effectiviteit maatregelen RWZI’s

Rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) zijn bekende emissiebronnen voor allerlei stoffen. Het stelsel voert die af uit huishoudens (schoonmaakmiddelen, medicijnen, etc.) en de leefomgeving (straatvuil, afvalwater uit dakgoten). Een studie bekeek de manier waarop RWZI’s de waterkwaliteit proberen te verbeteren. De studie evalueerde onder meer hoe de RWZI’s om gaan met verschillen tussen boven- en benedenstroomse waterkwaliteit. Het onderzoek liet zien dat met de beschikbare metingen de effecten van de RWZI’s op de waterkwaliteit goed kwantificeerbaar zijn. De rekentool van SFT2 maak het wel mogelijk om met de monitoringgegevens die nu verzameld worden vast te stellen of en in hoeverre innovatieve RWZI-behandelingen effectief zijn.

Praktijkstudie Vergunningverlening

Er is een praktijkstudie uitgevoerd in het beheergebied van Waterschap Drents Overijsselse Delta waarin het rioolwater van 3 bedrijven is bemonsterd. De basisset bioassays is uitgevoerd en er zijn chemische analyses gedaan. Ook is er een chemische screening (target en non-target) uitgevoerd op de monsters. In de bioassays werden effecten aangetoond en in de chemische analyses konden verhoogde concentraties worden gemeten voor metalen, vluchtige organische stoffen,  PFAS en gewasbeschermingsmiddelen.

Rapportage praktijkstudie vergunningverlening wordt hier toegevoegd zodra deze is afgerond