skip to main content

Hulp bij vergunningen

Lozingen door bedrijven vormen een belangrijke bron van (nieuwe) stoffen op het oppervlaktewater. Slechts een klein deel van de bedrijven loost direct op het oppervlaktewater. De meeste bedrijven lozen op het riool. De gemeente/omgevingsdienst is daarvoor bevoegd gezag met de waterbeheerder als adviseur. Diverse waterbeheerders hebben aangegeven dat de inzet van SFT2 juist vanuit die rol als adviseur aantrekkelijk kan zijn, als middel om met bedrijven in gesprek te komen. Tevens kan SFT2 meer inzicht geven in de aanpak van ZZS.

Doelen

Doel van de inzet van SFT2 bij vergunningverlening is vermindering van de toxiciteit van lozingen van bepaalde typen bedrijfsactiviteiten. Meer specifiek gaat het om:

  • Het beoordelen van de totale toxiciteit van de lozing met behulp van bioassays
  • Het prioriteren van de meest relevante stoffen in het lozingswater
  • Het zoeken naar mogelijkheden om de toxiciteit terug te dringen

De praktijk

Voor een praktijkstudie in het beheergebied van Waterschap Drents Overijsselse Delta is het rioolwater van 3 bedrijven bemonsterd. Op de monsters is de basisset bioassays uitgevoerd. Ook zijn er chemische analyses en een chemische screening (target en non-target) uitgevoerd. De chemische analyses toonden voor één of meerdere bedrijven verhoogde concentraties voor metalen, vluchtige organische stoffen,  PFAS en gewasbeschermingsmiddelen. De gemeten waarden verschilden per bedrijf. Dat gold ook voor de bioassays. Onderstaand rapport geeft alle ervaringen, resultaten, conclusies en aanbevelingen weer.

Meetopstelling