skip to main content

Toxische druk in Nederland

Gebruik van de sleutelfactor start niet bij nul. Eerdere beheersplannen voor waterkwaliteit bevatten veel informatie over vervuilde locaties, oorzaken en genomen maatregelen. Ook in de drinkwatersector is per waterinnamepunt bekend welke trends in verontreiniging er zijn en welke tegenmaatregelen die vergen. De SFT2 helpt om de inzichten in de toxiciteit van stoffen, stofgroepen en mengsels te actualiseren. Bij systematische toepassing van SFT2 wordt duidelijk waar en tegen welke stofgroepen maatregelen nodig zijn. Door jaarlijks de nieuwe monitoringgegevens te verwerken met de SFT2 wordt duidelijk of de chemische verontreiniging gelijk blijft, of toe- of afneemt.

Bestaande kennis lokale toxische druk

Op landelijk niveau is SFT2 toegepast door de toxische druk van chemische verontreiniging in te delen in vijf klassen van chemische verontreiniging. De toxische druk daarvan verschilt, zoals te zien is op de (zoombare) kaart van Nederland (gebaseerd op de monitoringgegevens van 2013 tot en met 2018). Er is een protocol opgesteld om per waterschap de toxische druk jaarlijks te bepalen.

Toelichting

De verschillende regio’s worden gekenmerkt door stofgroepen die sterk bijdragen aan de toxiciteit. Dat kan verkend worden door op de 2e knop (links, het ‘stapeltje’) te drukken, en in het venster ‘tox’ in te vullen. Daarna kan gekozen worden voor kaarten met de toxische druk van specifieke stofgroepen. Een uitgebreide toelichting is te vinden via Nature Today / Toxische Druk.

Het is belangrijk om te onderkennen dat de getoonde toxiciteit een onderschatting kan zijn van de werkelijke toxiciteit. Dat gebeurt, als er stoffen wel aanwezig zijn, maar niet gemeten worden. De kaarten zijn dus informatief voor het nemen van maatregelen voor gemeten stoffen en hun mengsels. Maar er moet altijd kritisch gekeken worden of de waarschijnlijk aanwezige stoffen ook gemeten zijn. Om dat te controleren heeft de SFT2 een opzoektabel (van landgebruik naar stoffen die gebruikt worden.

Noot: de SFT2-analyse voor een beheergebied kan dus voortbouwen op bestaande analyses van de toxische druk. Daarbij is vooral belangrijk in beeld te krijgen welke stoffen lokaal kunnen voorkomen, door de analyse van eventuele extra Drivers en Pressures.

Bestaande kennis over normoverschrijdingen

Kaarten met de gebruikelijke KRW-beoordelingen van de waterkwaliteit staan in het Compendium voor de Leefomgeving. Voor prioritaire stoffen toont het compendium een kaart die het KRW-eind-oordeel weergeeft en een kaart die aangeeft voor hoeveel stoffen de norm is overschreden. Voor de specifieke verontreinigende stoffen bestaan deze kaarten ook (KRW-oordeel en Aantal stoffen).

Bestaande kennis toxische druk en hydrologie

Hydrologische modellen kunnen – aanvullend op de SFT2-kaarten en de KRW-kaarten die hierboven getoond zijn – behulpzaam zijn bij de evaluatie van de mogelijke bronnen van verontreinigingen. De modellen en de kennis van stoffen en hun emissies zijn echter nog onvoldoende precies om de toxische druk benedenstrooms van de emissiebron te kunnen voorspellen. Maar de hydrologische inzichten zijn wel belangrijk als SFT2-hulpmidden, zoals beschreven in dit rapport. Kaarten die met de beschikbare methoden zijn afgeleid tonen namelijk aan dat stoffen (en dus ook toxische druk) zich verplaatsen binnen in een hydrologische systeem. Door het verkrijgen van inzicht in de fractie ‘bovenstrooms water’ wordt duidelijk of en hoe sterk een lokaal waterlichaam beïnvloed wordt door een bovenstroomse bron. Via de kaart van de ‘fractie RWZI-effluent’ is zichtbaar gemaakt welke waterlichamen bijvoorbeeld waarschijnlijk beïnvloed kunnen worden door medicijnresten. Via de kaart van de ‘fractie Rijn-water’ is zichtbaar gemaakt dat verontreinigingen in de Rijn terug te vinden zijn tot in het noorden van Nederland.

Aandeel RWZI-effluent (fractie)

Aandeel Rijnwater (fractie)

Aandeel Maaswater (fractie)

Aandeel buitenland (niet Rijn of Maas, fractie)

Met de hydrologische kaarten kan dus worden ingeschat of bovenstroomse locaties een lokaal watersysteem beïnvloeden. Dat is in bovenstaande kaarten uitgedrukt als fractie, bijvoorbeeld zoals RWZI-effluent in een lokaal waterlichaam. Als die fractie belast is met chemische stoffen, is sprake van toxische druk van bovenstroomse bronnen. De kleur geeft de ernst van de vervuiling aan.

Bestrijdingsmiddelen Atlas

Bestaande specifieke gegevens over de monitoring van bestrijdingsmiddelen zijn beschikbaar via de Bestrijdingsmiddelen Atlas. De mate waarin bestrijdingsmiddelen de waterkwaliteit beïnvloeden is vastgelegd in de eenheid ‘Som Norm Overschrijdingen’ (SNO). De SNO is een milieukwaliteitsmaat, waarin de mate van normoverschrijdingen worden gesommeerd over alle gemeten stoffen op één meetmoment op een meetpunt. De hieronder getoonde kaart is uit de Bestrijdingsmiddelen-atlas van 2016. Die Atlas wordt continu bijgewerkt. Zie voor de actuele informatie deze pagina