skip to main content

Respons

De KRW beoogt dat de goede waterkwaliteit bereikt wordt door maatregelen te nemen tegen elke drukfactor of combinatie van drukfactoren die de waterkwaliteit bedreigt. De DPSIR-analyse leidt hierbij eerst tot het vaststellen van redenen om maatregelen te nemen, en op welke plekken en tegen welke stoffen. Als er maatregelen nodig zijn, dan helpt de SFT2 bij het verzamelen van opties (zie maatregelen).

Uitvoering

Het vaststellen van de noodzaak van maatregelen gebeurt door de gegevens uit de DPSIR-analyse samen te voegen en daaruit af te leiden of, waar en hoe sterk er sprake is van een probleem met chemische verontreiniging. Hier zijn enkele mogelijkheden:

1. De waterkwaliteit is tenminste goed en er zijn geen voorgenomen lokale of bovenstroomse activiteiten die de waterkwaliteit kunnen verminderen: geen specifieke response nodig

2. Idem, maar er zijn wel voorgenomen activiteiten: de specifieke response is gericht op bescherming van het watersysteem tegen de mogelijke bedreiging. Gedacht kan worden aan vergunningverlening

3. De waterkwaliteit is minder dan goed en er zijn aanwijzigingen dat dit door chemische verontreiniging komt. Via kartering wordt duidelijk op welke locaties er sprake is van toxische druk, en welke stoffen daaraan het sterkst bijdragen. Via hydrologische inzichten wordt afgeleid waar de stoffen vandaan komen, en waar ze heen gaan.

De inventarisaties leiden tot de constatering (samenvatting als lijst) van de plaatsen en stofgroepen/stoffen die de hoogste toxische druk met zich meebrengen. Daarna wordt overgegaan naar een samenvattende reportage, die de basis vormt voor de toepassing van passende maatregelen aan de hand van de maatregelenstrategie en -opzoektabel.