skip to main content

Sleutelfactor Toxiciteit

Toxische stoffen in oppervlaktewater belemmeren het behalen van waterkwaliteitsdoelen. Met de Sleutelfactor Toxiciteit (SFT2) zijn giftige stoffen en stoffenmengsels op te sporen en aan te pakken. Dit is belangrijk voor het waterleven, maar ook voor de vele gebruiksdoelen van schoon water. De SFT2 richt zich vooral op de effecten van stoffen op de ecologische toestand en op de zuiveringsinspanning die nodig is voor drinkwaterproductie. De KRW stelt hiervoor specifieke doelen. De SFT2 helpt te bepalen hoe groot de kans is dat die doelen niet behaald worden.

Toxiciteit, ecologie en andere drukfactoren

SFT2 laat zien hoe verontreinigende stoffen de ecologische waterkwaliteit beïnvloeden en helpt bij het nemen van maatregelen tegen vervuiling. Ook helpt de Sleutelfactor beantwoorden waar een verontreiniging vandaan komt of naartoe stroomt, wat de impact daarvan is op het waterleven en welke maatregelen de waterkwaliteit verbeteren. Daarvoor maakt SFT2 gebruik van het DPSIR-model.

Toxiciteit, zuiveringsinspanning en drinkwater

Toxische stoffen verhogen de zuiveringsopgave voor de productie van drinkwater uit oppervlaktewater. Met de Sleutelfactor Toxiciteit (SFT2) zijn giftige stoffen en stoffenmengsels op te sporen en aan te pakken. Dat is belangrijk om de zuiveringsopgave en -inspanning te verminderen. De SFT2 verschaft hiervoor de benodigde kennis en instrumenten.

Werken volgens DPSIR

De Kaderrichtlijn Water beveelt het gebruik van het DPSIR-model aan bij de analyse van problemen in het watersysteem. Het DPSIR-model bestaat uit vijf invalshoeken. De vijf letters staan voor deze perspectieven: Driver, Pressure, Status, Impact en Response. De aanpak maakt het mogelijk vanuit één invalshoek een vraag te stellen, waarna de andere aspecten die een rol spelen aan bod komen. Zo wordt aan alle effecten van een casus aandacht besteed. De integrale benadering mondt uit in de R (Response). Die geeft aan welke tegenmaatregelen genomen kunnen worden. 

Een stof- en effectgerichte aanpak

Oppervlaktewater bevat circa 100.000 chemische stoffen die daarin niet thuis horen. Slechts een fractie daarvan wordt geanalyseerd door waterbeheerders. Ze gebruiken daarbij lijsten met prioritaire en Nederland-specifieke stoffen. Prioritaire stoffen zijn in Europees verband aangewezen als bedreiging voor de waterkwaliteit. Nederland-specifieke stoffen zijn in Nederland vaak bedreigend. Voor deze in totaal 145 prioritaire en NL-specifieke stoffen is een wettelijke norm vastgelegd in de Kaderrichtlijn water (KRW).  

Het is onmogelijk voor alle bedreigende stoffen en hun mengsels grondig te analyseren wáár en wanneer ze bedreigend zijn, en om daarvoor goed onderbouwde waterkwaliteitsnormen (concentratienormen) op te stellen. Ook omdat er ieder jaar nieuwe stoffen bij komen. Daardoor kan het gebeuren dat de toxische effecten van stoffen die niet op de stoffenlijst staan of niet genormeerd zijn het waterleven belemmeren, of de zuiveringsinspanning verhogen. Het gevolg is dat de doelen van de Kaderrichtlijn Water niet gehaald worden. Het water is dan niet zonder meer bruikbaar als leefomgeving voor waterorganismen, of voor alle gebruiksvormen. De SFT helpt om erachter te komen of chemische verontreiniging ervoor zorgt dat de KRW-doelen van voldoende schoon water niet gehaald worden, voor een groot aantal stoffen en hun mengsels.

Geschiedenis

Voorafgaand aan de Kennisimpuls Waterkwaliteit (2018-2021) is in 2016 de Ecologische Sleutelfactor Toxiciteit (SFT1) ontwikkeld. Deze SFT1 is nu doorontwikkeld en verbeterd. Dit heeft geresulteerd in versie 2, die eind 2021 is opgeleverd voor gebruik. De Sleutelfactor Toxiciteit maakt deel uit van een serie van ecologische sleutelfactoren die gezamenlijk inzicht geven in de ecologische omstandigheden in het oppervlaktewater. Zie ook www.ecologischesleutelfactoren.nl. Het verbeteren van die omstandigheden is één van de belangrijkste opgaven bij de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (KRW).