skip to main content

Kiezen en implementeren van maatregelen

Van toxische druk naar effectieve maatregelen

Stappen

Welke maatregelen nodig zijn volgt uit het inzicht in de toxische druk van een watersysteem. Dat inzicht wordt verkregen in drie stappen:

  1. Een bredere verkenning van maatregelen op het systeemniveau;
  2. Selectie van concrete tegenmaatregelen;
  3. Prioriteren en realiseren van maatregelen in samenwerking met andere waterbeheerders en belanghebbenden bij het watersysteem 
Lees hier de SFT2 strategie over het afleiden en prioriteren van gezamenlijke maatregelen.
Lees hier de SFT2 opzoektabel met mogelijke maatregelen.

Uitvoering in samenwerking

Maatregelen moeten watersystemen beschermen tegen toxische druk door nieuwe (economische) activiteiten, of de waterkwaliteit verbeteren als de toxische druk te hoog is. Ze worden genomen door het KRW-uitgangspunt ‘werken in het kader van het watersysteem’ te volgen. Bij de realisatie werken waterbeheerders boven- en benedenstrooms samen met andere belanghebbenden (zoals vergunningsverleners, drinkwaterproducenten en bedrijven). Dit biedt de beste grondslag voor bestendige en (kosten-) effectieve maatregelen. 

Cyclus, en herstel na maatregelen

De Kaderrichtlijn Water streeft naar een betere waterkwaliteit via een zesjarige cyclus van monitoring, diagnose en maatregelen. De volgende monitoring moet een waarneembare verbetering van de waterkwaliteit laten zien. De toepassing van de sleutelfactor Toxiciteit helpt bij de evaluatie van verbeteringen.

Succes van maatregelen tegen toxiciteit

Twee voorbeelden tonen aan dat de Sleutelfactor Toxiciteit nuttige informatie geeft over veranderingen in de waterkwaliteit door stoffenmengsels.

Ten eerste is door gebruik van de SFT1 uit 2016 aangetoond dat maatregelen helpen. Voor een monsterpunt in Waterschap de Dommel daalde de toxische druk van metalen.

Ten tweede is de SFT2 ingezet voor trendonderzoek naar de biodiversiteit van aquatische insecten. Na koppeling met gegevens over aquatische insecten en  omgevingsvariabelen bleek dat er een positieve trend voor biodiversiteit was. Die valt het best te herleiden tot de verbeterde waterkwaliteit. Halvering van de stikstof- en fosforconcentraties had een positief effect op het aantal exemplaren van de meeste groepen insecten. Het aantal dansmuggen en kriebelmuggen daalde juist. De flinke afname van de met de SFT2 berekende toxische druk van alle gemeten pesticiden over de studieperiode had een vergelijkbaar positief effect op de diversiteit aan waterinsecten (STOWA 2021-39 insectenonderzoek).