skip to main content

Basis-set bioassays NL

De basis-set bioassays van de SFT2 bestaat minimaal uit bioassays waar veel ervaring mee is opgedaan en die samen de vier hoofd-mechanismen van toxiciteit bemeten: stoffen die omgezet worden in een organisme (xenobiotisch metabolisme, hier gekozen de PAH CALUX), stoffen die hormoon receptoren beinvloeden (hier gekozen de ER CALUX), stoffen waarvan de effecten gecompenseerd kunnen worden (hier gekozen NRF2 CALUX voor oxidatieve stress) en stoffen die tot uiting komen in fysieke veranderingen (apicale eindpunten, hier gekozen de Microtox assay). De Cytotox CALUX wordt vaak standaard ingezet om celdood te monitoren. Voor drinkwater is er een extra basis-set bioassay opgenomen voor het detecteren van genotoxische effecten, de Ames assay, omdat dit effect in de drinkwaterproductie soms ontstaat en in de gaten gehouden moet worden. Voor oppervlaktewater is er een extra assay opgenomen om effecten op een iets bredere basis van soorten te testen, de algen assay, en daarmee kunnen effecten op het ecosysteem breder gedetecteerd worden.

Naast deze set zijn er nog bioassays die in principe goed zijn om uit te voeren, ze meten net weer een ander mechanisme binnen een van de vier hoofdmechanismen en zijn dus aanvullend. Omdat ze wel binnen het hoofdmechanisme vallen en deels dezelfde stoffen detecteren zijn ze ook bevestigend. Als er voldoende budget is, kunnen deze bioassays het beste ook uitgevoerd worden voor een nog vollediger beeld van de waterkwaliteit.

Dan zijn er ook nog bioassays die mogelijk waardevol zijn voor een basis-set, maar waar meer ervaring mee moet worden opgedaan. Deze bioassays worden niet aangeraden om nu al uit te voeren als basis-set maar kunnen, om het monitoren met bioassays mogelijk in de toekomst te verbeteren, wel als test worden ingezet.

Deze set bioassays sluit goed aan bij de SIMONI set bioassays die binnen ESFT1 aanbevolen was. Meer informatie over hoe deze basis-set bioassays tot stand is gekomen kan in het Achtergronddocument Selectie Basis-set Bioassays gevonden worden.

Voor het selecteren en inzetten van bioassays voor het detecteren van specifieke stoffen, of voor onderzoeksdoeleinden in plaats van standaard monitoring, kan de 'Maatwerk bioassay tool' ingezet worden. Deze is te vinden via de knop onderaan deze pagina.

Factsheets

Fact sheets over in vitro bioassays en in vivo bioassays geven achtergrondinformatie over het werkingsmechanisme, de procedure en de uitvoeringskosten. Ze geven ook een overzicht van de stofgroepen waarvoor de bioassays een indicatie kunnen geven.

In vitro CALUX bioassays zijn veelgebruikte bioassays, die eerder ook al een groot onderdeel vormden van SIMONI. In deze testen worden gemodificeerde zoogdiercellen gebruikt om te onderzoeken of stoffen de werking van specifieke receptoren activeren. Voor meer informatie, zie de Factsheet in-vitro Bioassays.

Organismen reageren op de stoffen waaraan ze worden blootgesteld. Hoe toxischer de stof, of het mengsel van stoffen, en hoe hoger de concentratie van die stoffen, hoe sterker de respons van het organisme zal zijn. Door de respons van levende (in vivo) organismen op stoffen onder gecontroleerde omstandigheden te meten kunnen de toxische effecten van de stoffen gekwantificeerd worden. In de Factsheet in-vivo Bioassays staat uitgelegd wat in vivo bioassays zijn, hoe ze kunnen worden ingezet en geïnterpreteerd. Ook wordt een voorstel gedaan voor het opnemen van in vivo bioassays in een basisset voor het monitoren van de waterkwaliteit